Wie


Bob Jonge Poerink (1963) is de drijvende kracht achter Ecosensys. Hij is sinds 1988 werkzaam als adviseur en docent op het gebied van ecologie en milieu. Sinds 1997 opereert hij als zelfstandig ecologisch onderzoeker. In 2009 was hij mede oprichter van the Fieldwork Company, waaruit Ecosensys is ontstaan. Omdat Bob al sinds zijn vroegste jeugd (zoon van bioloog, jeugdjaren lid Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie) gepassioneerd bezig is met natuur heeft hij in de loop der jaren van vrijwel alle soortgroepen een gedegen kennis opgebouwd. Door de combinatie van brede ecologische kennis en de opleiding tot milieukundig ingenieur kan Bob de relaties tussen soorten en effecten van milieu omstandigheden binnen ecosystemen goed analyseren.


‘Al vanaf mijn vroege kinderjaren was ik geboeid door de natuur in al haar facetten. Die interesse werd vooral gewekt door mijn vader die bioloog was en zijn enthousiasme ook op mij heeft overgebracht. Op 6-jarige leeftijd ging ik al op onderzoek uit in de bossen in de omgeving van mijn woonplaats Almelo, waarbij ik mij in eerste instantie vooral op vogels richtte. Op die leeftijd vond ik op vakantie in Duitsland mijn eerste vuursalamanders, waarmee ik daarna succesvol in een terrarium heb gekweekt. De jonge vuursalamanders zette ik dan op vakantie in het jaar erop weer uit bij de plek waar ik de vuursalamanders had gevangen. Nu is zoiets door de kwetsbaarheid van de populatie vuursalamanders en de strenge regelgeving natuurlijk ondenkbaar’.

‘Zodra ik de vereiste minimumleeftijd had bereikt ging ik bij de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN) en sloot ik mij aan bij de Hydrobiologische werkgroep. In die tijd onderzocht ik beken, vennen en venen in Twente op macrofauna, libellen en vissen. Ook was ik speciaal geïnteresseerd in zoogdieren en bouwde ik allerlei typen life traps om muizen en spitsmuizen levend mee te kunnen vangen. Tijdens mijn jeugdjaren had ik ieder jaar weer een andere soortgroep waar ik mij gepassioneerd mee bezig hield, zoals bijvoorbeeld zweefvliegen, libellen, spinnen en loopkevers. Later kwam ook de interesse voor planten en de onderlinge relaties tussen planten en dieren’.

De studie milieukunde in Groningen vormde daarna een goede basis om de effecten van milieu omstandigheden op het ecosysteem te kunnen beoordelen. Tijdens mijn studie milieukunde deed ik in opdracht van Stichting Otterstation Nederland en het Wetterskip Fryslân onderzoek naar de relatie tussen microverontreinigingen, zoals zware metalen en PCB’s en het uitsterven van de otter in Nederland. Mijn afstudeeronderzoek bestond uit een veldexperiment waarbij ik de effecten van een bodemverontreiniging met pesticiden op het bodemleven heb onderzocht.

‘In de periode 1988 – 1997 was ik als milieukundig adviseur in dienst bij de internationale afdeling van ingenieursbureau TAUW. Een interessante en dynamische periode waarbij ik in ruim 20 verschillende landen projecten heb uitgevoerd. Ik bracht voor bedrijven bij overnames in het buitenland de risico’s op het gebied van milieu in kaart en adviseerde opdrachtgevers tijdens de onderhandelingen’.

‘In 1997 heb ik mijn hart gevolgd en werd ik zelfstandig adviseur. In eerste instantie nog vooral milieukundige opdrachten, maar als vanzelf kreeg ik steeds meer ecologische opdrachten’.

‘Bij Hogeschool Van Hall Larenstein was ik tussen 2002 en 2008 docent ecologie bij de opleidingen diermanagement, milieukunde en kust- en zeemanagement. In die periode heb ik vooral veldpractica en veldweken georganiseerd, waarbij ik studenten onderzoekvaardigheden, monitoringtechnieken en determinatie van verschillende soortgroepen bijbracht’.

‘Als mede oprichter van the Fieldwork Company was ik in de periode 2009-2017 vooral bezig met de inzet en ontwikkeling van innovatieve techniek bij de monitoring van flora en fauna. De inzet van moderne technieken zoals geluidsrecorders, camera’s en telemetrie geeft gedetailleerd inzicht in de verspreiding en gedrag van dieren wat zonder die techniek vrijwel onmogelijk zou zijn. Zo had ik de primeur om met vleermuisrecorders de migratie van vleermuizen boven de Noordzee aan te tonen en kon ik voor het eerst balts en paargedrag van de ruige dwergvleermuis met een infraroodcamera vastleggen’.

‘Vanuit Ecosensys is het mogelijk om mijn ecologische en technische kennis te combineren en optimaal in te zetten bij onderzoeksprojecten en advisering. Ik voer nu een diversiteit van projecten uit waar ik vroeger niet van had durven dromen. Het is daarbij inspirerend om vanuit deze projecten een bijdrage te leveren aan ecologische kennisopbouw en het behoud van biodiversiteit’.